jachtvereniging soestdijk

 

 
 

De gouden regels van het jachtrijden

 

  1. De équipage (Master, Huntsman en Whippers-in) en Fieldmaster hebben de verantwoordelijkheid voor het verloop van de slipjacht en voor de honden. Volg hun aanwijzingen op, belemmer hen niet en verleen direct alle door hen gevraagde assistentie. Rijd de Fieldmaster nooit voorbij.

  2. Stel u bij het verzamelen voorafgaand aan de slipjacht voor aan de Master. Bent u geïntroduceerd door een JVS-lid, dan is hij/zij uw mentor. Is dit niet het geval, meldt dat dan zodat de Master een van de leden kan verzoeken uw mentor te zijn.

  3. Blijf bij uw mentor en rijd indien mogelijk achter de ervaren jachtruiters, herkenbaar aan hun rode of groene jachtrok met groene kraag. Rijd nooit op korte afstand een andere deelnemer voorbij of vlak achter een andere ruiter.

  4. Geef elkaar voldoende ruimte om op verantwoorde wijze op hindernissen aan te rijden en dan recht te springen. Bij een weigering moet u direct plaats maken voor de andere deelnemers en achteraan aansluiten. Probeer brede hindernissen op een andere plaats te springen dan uw onmiddellijke voorganger.

  5. Gedraag u beschaafd, wees niet luidruchtig en roep niet naar de honden. De honden zijn tijdens de slipjacht 'heilig', d.w.z. dat zij altijd voorrang hebben. Rijd nooit vlak achter een hond; geef aan een achtergebleven hond steeds ruim baan. Waarschuw indien nodig de andere deelnemers, opdat zij hetzelfde kunnen doen.

  6. Blijf altijd met uw paard op behoorlijke afstand van de meute. Draai, wanneer de meute u passeert, uw paard met het hoofd in de richting van de meute.

  7. Heeft u een lastig paard rijd dan steeds op de vleugel en maak bij moeilijkheden een volte naar buiten, waar u niemand kunt hinderen. Blijf zoveel mogelijk achter in het veld. Indien uw paard echt te sterk wordt stop dan tijdig en voorkom zo ongelukken.

  8. Ga bij de 'kill' in een wijde cirkel om de meute en het killvlees staan om het verorberen van de buit gade te slaan. De heren ruiters nemen hierbij hoed of cap af. Het verlaten van het jachtterrein gebeurt het eerst door de meute en de equipage, pas hierna volgen de overige jachtruiters. Breng bij het verlaten van het jachtterrein een groet aan de Sonneurs.

  9. Paarden die slaan moeten in het veld een rode strik in de staart dragen. Een rode strik ontslaat de ruiter niet van zijn verplichtingen tegenover andere ruiters. Het advies is om achter in het veld te rijden. Indien uw paard tijdens de slipjacht een blessure of verwonding oploopt of kreupel loopt, dient u dit te melden aan de Master en in overleg te beslissen of deelname aan de slipjacht kan worden voortgezet.

  10. Zorg ervoor dat u en uw paard er verzorgd uitzien. Respecteer de kledingvoor- schriften: zwarte rijjas, witte of beige rijbroek, wit plastron, witte handschoenen, zwarte veiligheidscap en zwarte laarzen. Body protector toegestaan, mits onder de rijjas gedragen.

  11. Toon respect naar de grondeigenaren en vrijwilligers die de slipjacht mogelijk maken. Zonder hen zou u geen jacht kunnen rijden!